Hoeveel bar moet er in een mountainbikeband?
Mountainbikebanden zijn breed en hebben een relatief lage spanning nodig om grip te houden op losse, ongelijke ondergrond. De juiste druk ligt beduidend lager dan bij een stads- of racefiets.
Richtwaarde voor een MTB
Een mountainbikeband rijd je doorgaans tussen 1,5 en 2,5 bar, ofwel 22 tot 36 psi. Bredere banden en tubeless opstellingen zitten eerder aan de onderkant van dat bereik, smallere banden met binnenband eerder aan de bovenkant. Litespeed en andere fabrikanten benadrukken dat een lagere druk de band meer laat vervormen, waardoor hij over wortels en stenen blijft rollen in plaats van eroverheen te stuiteren. Bij tubeless kun je zonder risico op een snakebite-lek nog verder zakken, soms tot onder 1,5 bar. Het exacte bereik staat op de zijwang van de band en verschilt per merk en bandbreedte. Omdat een MTB-beduidend lagere drukken gebruikt dan een stadsfiets, is een manometer die dit lage bereik nauwkeurig aangeeft belangrijk.
Aanpassen aan de ondergrond
De ondergrond bepaalt grotendeels de ideale druk. Op harde, droge paden of asfalt kan de spanning iets omhoog om de rolweerstand laag te houden. Op los zand, modder of natte wortels laat je juist lucht ontsnappen voor een groter contactvlak en meer grip. Een vuistregel is om per rit de druk af te stemmen op de lastigste ondergrond die je tegenkomt, niet op de makkelijkste. Meet je druk met een manometer, want een paar tienden van een bar verschil zijn bij een MTB al duidelijk voelbaar in grip en comfort. Veel mountainbikers experimenteren per parcours met stapjes van 0,1 tot 0,2 bar tot ze de druk vinden die net niet meer doordrukt tegen de velg maar wel maximale grip geeft.
Breedte en type band
Moderne mountainbikes rijden op banden van 2,2 tot 2,6 inch breed en soms breder. Hoe meer volume, hoe lager de benodigde druk om hetzelfde comfort en dezelfde draagkracht te krijgen. Een 2,4 inch band kan bij dezelfde berijder gerust een halve bar lager staan dan een 2,1 inch band. Ook het karkas speelt mee: stugge banden met een dikke anti-leklaag mogen iets zachter dan dunne, soepele banden, omdat ze minder snel doorslaan. Een band met een stevige zijwand geeft bij lage druk ook minder zwabberen dan een soepele vouwband. Controleer voor de zekerheid altijd het drukbereik op de zijwang van je eigen band, want de ideale waarde hangt af van breedte, karkas en of je met binnenband of tubeless rijdt.
Gevolgen van een verkeerde druk
Te hard oppompen maakt een mountainbike nerveus: de band stuitert over obstakels en verliest grip, vooral in bochten en op afdalingen. Te zacht pompen met een binnenband vergroot de kans op een doorgeslagen binnenband (snakebite), waarbij de band tegen de velg wordt gedrukt en de binnenband twee gaatjes naast elkaar oploopt. Bij tubeless uit zich een te lage druk in een zwabberend, sponsachtig stuurgedrag en het risico dat de band van de velg rolt in een bocht. Op een harde klap kan een te zachte band ook de velg beschadigen. Controleer daarom voor elke rit de druk en pas die aan op ondergrond, gewicht en bandtype, zodat je binnen het veilige bereik van de band blijft.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bar in een 26 inch mountainbikeband?
Voor een 26 inch MTB-band van 2,0 tot 2,4 inch breed is 1,5 tot 2,5 bar gebruikelijk. Kijk op de zijwang voor het bereik dat voor jouw band geldt en pas aan op ondergrond en gewicht.
Mag een tubeless MTB-band lager dan 1,5 bar?
Ja, tubeless kun je vaak lager pompen dan met binnenband, soms tot rond 1,2 bar, omdat er geen binnenband is die kan doorslaan. Blijf wel boven de druk waarop de band sponsachtig gaat zwabberen of van de velg dreigt te rollen.
Waarom voelt mijn MTB-band hard aan maar is de grip slecht?
Dan staat de band waarschijnlijk te hard voor de ondergrond. Laat een paar tienden bar ontsnappen en test opnieuw: de band moet zichtbaar meeveren over oneffenheden.