Hoeveel bar moet er in een racefietsband?
Racefietsen gebruiken smalle buitenbanden met een hoge spanning, omdat dat de rolweerstand laag houdt op glad asfalt. De juiste druk hangt vooral af van de bandbreedte en van je eigen gewicht.
Richtwaarde per bandbreedte
Racefietsbanden rijd je doorgaans tussen 6 en 8 bar, ofwel 87 tot 116 psi. Canyon geeft als vuistregel dat smallere banden een hogere druk nodig hebben: een 23 millimeter band rond de 8 bar, 25 millimeter rond de 7 bar en 28 millimeter rond de 6 tot 6,5 bar. De trend in de wielersport gaat al jaren naar bredere banden met iets lagere druk, omdat die op echt wegdek nagenoeg even snel zijn maar meer comfort en grip bieden. Bij bredere banden zoals 30 of 32 millimeter zak je verder, richting 5 tot 5,5 bar. Rijd je tubeless, dan kun je vaak nog een halve tot hele bar lager zitten dan met een binnenband, omdat er geen binnenband is die kan doorslaan. Het drukbereik staat altijd op de zijwang van de band en verschilt per merk.
Waar staat de maximumdruk?
Op de zijwang van je racefietsband staat de maat, bijvoorbeeld 25-622, en daarbij een minimum- en maximumdruk in bar of psi. Die bovengrens is een veiligheidslimiet en geen aanbeveling om altijd op te rijden. Overschrijd het maximum nooit, ook niet als je op zoek bent naar minder rolweerstand, want een overpompte band kan van de velg klappen of de velg beschadigen. De exacte waarde vind je alleen op de band zelf; modellen en merken verschillen, dus controleer altijd je huidige band en leen geen waarde van een andere fiets. Let er ook op dat een racefiets een Presta-ventiel heeft, dat je eerst moet openen voordat je kunt pompen en meten. Een vloerpomp met manometer is bij deze hoge drukken vrijwel onmisbaar om nauwkeurig te kunnen werken.
Gewicht en druk samen
Het gewicht van de berijder bepaalt in sterke mate de juiste druk. Canyon en andere fabrikanten bieden rekenhulpen aan waarin gewicht, bandbreedte en wielmaat samen een aanbevolen druk opleveren. Als vuistregel geldt: een lichtere berijder kan lager in het bereik zitten, een zwaardere berijder hoger. Te hard pompen bij een laag gewicht levert geen snelheid op, alleen een stuiterende fiets en minder grip in bochten. Te zacht pompen bij een hoog gewicht vergroot de kans op een doorgeslagen binnenband en maakt de fiets onstabiel bij hoge snelheid. Het verschil tussen voor- en achterwiel is hier groter dan bij een stadsfiets: de achterband draagt meer gewicht en mag daarom iets harder, terwijl de voorband iets zachter mag voor meer grip in het sturen.
Ondergrond en weer
Op ruw asfalt, kasseien of een nat wegdek rijd je beter met de onderkant van het drukbereik: iets zachter volgt de band de oneffenheden en houdt hij meer contact met het wegdek. Alleen op heel glad, droog asfalt loont een hoge druk echt, omdat daar de rolweerstand het verschil maakt. Bij regen verlaag je de druk gerust een paar tienden van een bar ten opzichte van droog weer, omdat grip dan belangrijker is dan de laatste tiende van de rolweerstand. In de winter of op slechte wegen is het verstandig structureel iets lager te zitten dan je in de zomer op perfect asfalt zou doen. Test de druk bij elke rit, want een racefietsband verliest relatief snel lucht en een half bar verschil is direct voelbaar in comfort en stuurgedrag.
Veelgestelde vragen
Is 8 bar te veel voor een 28 mm band?
Ja, voor een 28 millimeter band is 8 bar meestal te hard. Canyon adviseert voor 28 mm rond de 6 tot 6,5 bar. Een te hoge druk geeft meer trillingen en minder grip zonder meetbaar snelheidsvoordeel.
Kan ik een racefietsband met een gewone fietspomp oppompen?
Dat kan met een fietspomp die een Presta-ventiel accepteert en voldoende druk kan leveren. Een vloerpomp met manometer is aan te raden, omdat je bij een racefiets op een paar tienden van een bar nauwkeurig wilt kunnen werken.
Hoe vaak controleer je de druk van een racefietsband?
Voor elke rit. Racefietsbanden met hoge druk verliezen sneller lucht dan breedbanden, en een half bar verschil is al voelbaar in comfort en rolweerstand.